Na een afgerond werkzaam leven in de boekenwereld (de laatste dertig jaar bij een grote uitgeverij) besloot Nagel zich aan het begin van de eenentwintigste eeuw geheel op het schilderen toe te leggen; een jeugdliefde die hij midden jaren zestig met rust liet.

Een stroom van (ingehouden?) beelden ontvouwde zich in hoog tempo; landschappen, zeegezichten, door Nagel zonder ironie “Land & Seascapes” genoemd “Land- & Zeeschappen” past weer beter bij het oer-Hollandse, het oer Zuid-Hollandse van zijn werk, Deze creatieve explosie leverde tot nu toe een driehonderdtal fascinerende werken op waarvan in 2005 een aantal werden geëxposeerd te Noordwijkerhout, Leiden en Groningen. Het einde lijkt niet in zicht.

Ernst Nagel aan het geel

Een citaat van de schilder: “Ik kreeg op m'n twaalfde een verfdoos van m'n oom Stuart Landa. Dat was zo verschrikkelijk luxe, die prachtige doos, of kist eigenlijk met die strakke tubetjes en al die potjes en kwastjes. Na een week durfde ik verf uit die tubes te knijpen en dat alleen al was aantrekkelijk, en begon ik m'n omgeving vast te leggen. Op de achterkant van behang, grote vellen. Dus die arme tubetjes waren gauw leeg. Dan spaarde ik een tijdje en kon ik bij de Hema nieuwe kopen. Ik ging naar school, dat maakte weinig indruk op me, minder dan de wereld die ik voor mezelf inrichtte op een afgeschoten stuk zolder, mijn “atelier”, ja zeker!

"Toen ik een jaar of vijftien was mocht ik een keer mee naar een echte schilder, Willem Hussem, een vriend van mijn vader.
Die had een soort zwembad of een badhuis ergens in Den Haag. Ik was verbijsterd: er was een hal vol met zijn schilderijen, overal drie of vier dik met het beeld naar buiten dus ik bevond me in een schildersuniversum waarbij het me opviel dat de werkelijkheid ook een ander gezicht had, en dat er een ander manier van schilderen was. Dat heette abstract hoorde ik later toen ik nog een glaasje chocomel kreeg in de Posthoorn. Ik was er kapot van. Voortaan maakte ik gigantische “doeken” op “gevonden” hardboard (dat was net uitgevonden, iedereen maakte z'n deuren mooi strak met platen board) met huisverf die ik bij de moeders van al mijn vriendjes in de buurt loszeurde, fietsenverf mocht ook, dat kwam van de vaders, eind jaren vijftig was overal wel behoefte aan een likje verf. En wat ik maakte was abstract. En zo werd ik achttien en ontdekte ik het werk van Gerrit


Willem Hussem en Gerrit Benner
Benner; dat was niet abstract en toch heel aantrekkelijk, dus hoe zat het nou, was er geen universeel voorschrift voor hoe het moest?
Toen ik vervolgens op de academie het werk van Jan Cremer leerde kennen kwamen nog meer dimensies bij; die alles omvattende prachtige vormenwereld en daaraan toegevoegd nog een ongekend soort humor, waardoor mooi ook leuk werd en daardoor universeel, alles omvattend, er zonder hoefde niks.

Maar er waren meer bronnen.
Mijn vader was als jongeman in Groningen geïnteresseerd geraakt in schilderkunst, daar was voor de oorlog een heel dynamische groep bezig, De Ploeg. Dat vond hij fantastisch, Wiegers, Dijkstra, Altink etc.
In de oorlog leerde hij Werkman kennen die een aantal van zijn illegale uitgaven drukte (Volière reeks, in Agris Occupatis, 14 nummers).
Mijn vader was een bevlogen liefhebber van zijn kunst en deed alle moeite om die in het hele land onder de aandacht te brengen.
Mijn eerste contact met de grote kunst is dan ook een tocht in de kinderwagen met onder mij, dus onder het plaszijltje en de matras een paar mappen met suites van de Chassidische Legenden bestemd voor Amsterdam (“het westen” in mijn vaders woorden).
Later hingen steeds wisselend een paar van die platen van de Chassidische legenden bij ons thuis aan de muur.

 

Dat heeft een grote indruk op mij gemaakt en vooral “schilderkunstig”. Ik bedoel als je heel lang keek kon je zien hoe het gemaakt was, op den duur leerde je elke vierkante centimeter kennen.
Dat het “sjablone” en/of druktechniek heette zei me niet zoveel, ik zag hoe het werkte en probeerde het ook.
Er heeft jaren een zelfportret van Werkman in onze woonkamer gehangen, elke dag als ik er langs kwam op weg naar buiten keek ik even naar die vriendelijke oude man wiens gezicht maar uit een paar vlakken en lijnen bestond.

Hoewel mijn vader een groot kunstenaar was, dichter en schrijver, kon hij zeer tot zijn eigen ongenoegen niet echt goed schilderen. Als hij mij als 14-15 jarige bezig zag met die grote stukken hardboard en al die verf, vroeg hij vertwijfeld; “Hoe doe je dat toch, hoe durf je dat?”

 

Een tijdje geleden reed ik met m'n vrouw naar de begrafenis van een nichtje in het Noorden. We reden naar de begraafplaats over een soort dijk.
Het land, donkergroen lag onder ons, en wij wat hoger en dus het bovenste stuk, de lucht spande met dikke vette witte wolken, melkachtig of room- in helder knal blauw, er over heen, aan alle kanten. Er liepen koeien op het talud, het leek wel of ze scheef stonden, ze glooiden met de grond, het ondergedeelte, naar beneden en naar de horizon die was laag, want wij waren hoog.

Ik dacht: “We rijden een Benner binnen” en toen ging er een knop om en voelde ik een sterke behoefte om die spanning tussen de onder- en bovenkanten van het “landschap of landgezicht” en het “luchtschap of luchtgezicht” te proberen onder woorden te brengen, in beelden dan.”

Hiermee belanden we bij de wedergeboorte van de schilde Ernst Nagel, wiens werk is te bezichtigen op de internetgalerie Panoramics. (www.panoramics.nl)

Ernst Nagel voor Cajarc

Gesprek met de schilder

Was er veel belangstelling voor de site Panoramics sinds de lancering voorjaar 2005?

Ja, veel nieuwe fans met veel aardige reacties en sommige daarvan heel to the point, heel dichtbij soms.


Wat bedoel je met dichtbij?

Een enkele fan herkende dat archetypische landschap van de duinen tot de meren van de Haarlemmermeer, De Kaag, De Brasem, De Westeinder en alles wat er tussen zit. Er waren ook fans die heel dichtbij kwamen met opmerkingen die over techniek gaan, zoals hoe doe je het? Misschien wel op een idee gebracht door de inleiding van Hans Sleutelaar waarin die zegt “…de schilderkunstige gebruiken met voeten tredend…”

Wat bedoelt die daarmee?

Dat is heel moeilijk. Ik kan wel uitleggen hoe ik het doe maar de fans verwachten dan iets heel spectaculairs, terwijl het alleen een kwestie is van laagje op laagje, drogen (soms geforceerd met de fŲhn), laagje, drogen enzovoort. En dan met alle mogelijke verf, gouache, aquarel, ecoline, vetkrijt, pastelkrijt, kleurkrijt, potlood, kleurpotlood, acryl, alles behalve olieverf.


Waarom geen olieverf?

Droogt te langzaam.

Heb je haast dan?

Nee, maar nat op nat of nat tegen nat, daar hou ik niet van, dan wordt het zo toverbalachtig, een beetje kitscherig, onverwachte perspectieven enzo. Dingen die met elkaar gaan interveniŽren zonder dat ik dat wil of bedoel, dat hoeft niet in mijn verfuniversum.

Verfuniversum?

Ja, wat is belangrijk en waar gaat het om, al die verf op het karton, wat probeer je ermee te zeggen. Het is niet alleen een beeld en een Panoramic, het is ook een getuigenis van bekwaam kliederen met verf en inkt enzo, waar je eerst zelf veel plezier mee beleeft (veel plezier? Het is een trance, vaak sta ik te dansen achter het ontluikende land- of zeegezicht) en waarvan je ook door het beeld wil getuigen. Je moet kunnen zien dat het met plezier (weer plezier? PASSIE!) erop is gezet, gegooid, geknald.


En je moet ook kunnen zien wat de schilder het leukste aan de techniek vindt. Een schilderij kan nooit maar een vlak hebben. Het gaat opzij maar ook omhoog. Kijk naar de randen. Nu al weer een paar maanden ben ik al mijn geliefde kunstwerken opnieuw aan het opzoeken en kijk er op een andere manier na. Dat komt: na een paar jaar bezig met mijn Panoramics vallen me allerlei dingen op die me in de sluimerende schildertijd van 40 jaar niet zijn opgevallen,

niet hebben KUNNEN opvallen omdat het sluimerende schilderschap alleen kijkt en virtueel uitvoert (in het hoofd) alleen in hoofdzaken, of – lijnen eigenlijk. Ik bedoel, nu alweer een paar jaar aan het kliederen merk ik wat belangrijk is en wat niet. En omdat ik er van uitga dat ik niet de enige ben die dat voelt of meegemaakt heeft, ben ik al de bekende en gekoesterde iconen opnieuw aan het bekijken. Ik zoek dan naar een bevestiging van “het vermoeden van Nagel” .


Kijk naar de randen, het gaat erom hoe de kleuren en materialen tegen elkaar aan liggen en niet hoe ze op elkaar liggen. Het verschil bijvoorbeeld tussen Appel en Nanninga; de appreciatiegraad stijgt naar mate de vlakken in complexere verhouding tot elkaar komen te staan en de al of niet aanvaarde symbiose zich uit in de weerbarstigheid van de randen (begrijp je wel).

Bij Van der Leck, had ik dit vermoeden al eerder, toen ik klein was hadden we een buurman die had er een paar (Leiden was een kleine stad en blijkbaar woonden alle kunstliefhebbers in dezelfde straat) aan de muur hangen. Toen al heb ik uren naar dat wit tussen de vlakjes gekeken, naar de verfmuurtjes van wit tegen de kleuren van die “vlakjes” aan, de omheiningen van het al (de lucht?) waardoor het een betekenis kreeg.


Niet de officiŽle betekenis: “Kijk je ziet dat het eigenlijk een mus is”. Dat kon me niks schelen, ik zag dat er iets anders gebeurde. Ik had als 10 jarige natuurlijk bij Van der Leck aan moeten kloppen om de waarheid te horen, maar de buurman gaf me weinig kans. En nu zie ik het in alle goede schilderijen. Zelfs bij Van Gogh, kijk maar.

Waarom hebben de Panoramics geen titels maar alleen een nummer

Na het begin van de explosie toen er een vijftigtal Panoramics was dacht ik nog wel aan titels: omdat het Land- en Zeegezichten zijn gaat het dan om plaatsnamen. Dan kwam ik er niet met een lijst van Noordwijkerhout 1 – 30, of Hazerswoude 19, of Ameland IV of iets dergelijks.

Toen ik die vijftig een naam had gegeven was het al behoorlijk absurd; bij Wassenaarseslag D (of 4, of IV) zag ik hoe absurd het was.


En toen er eenmaal 100 Panoramics waren en even later 200 en binnen een paar jaar 500 (en in 1016 1000), heb ik het opnieuw geprobeerd met Platja Mitjorn; Estany des Peix; Cap de Barbaria; Raco de sa Pujada enzovoorts, allemaal heel legitieme titels kijk zelf maar: Boven en onder een omgedraaide tegenstelling die zichzelf wil opheffen, alle kleuren boven en onder, alleen altijd een lijn ertussen waar het zich omkeert.

Waarom zijn het er zoveel, ik kan door de bomen het bos niet meer zien.

Goeie vraag, zo nu en dan zie je inderdaad bomen. Vaak als het geheel een duinachtige kant op gaat, dan bevinden we ons meestal in de buurt van Noordwijkerhout, maar goed dat is ook ook maar een naam zoals ik al eerder uitlegde en in feite is het allemaal Noordwijkerhout maar tegelijk ook Formentera en vooral het fietspad tussen Noordwijk en Katwijk en dat ligt ook aan de Lot en daar zijn ook bossen, meer in de Auvergne dan.


Sorry dit is geen antwoord. Zo komen we niet verder. De Panoramics zijn in zekere zin allemaal hetzelfde, of liever ze stellen ongeveer hetzelfde voor, maar ze zijn daarin zo verschillend dat ik ze allemaal wil laten zien, ook al lijken het soms varianten. Juist de verschillende kanten die de varianten uitgaan vind ik zelf het interessantste van het hele fenomeen Panoramics. Om dan voor de fans er maar tien of zo op de site te zetten zou ik absoluut onvoldoende vinden, ze zouden zich wellicht beter kunnen concentreren, maar het verhaal zou ze ontgaan.

Ja maar de Panoramics blijven toch niet bij elkaar, ze worden toch wel verkocht, mag ik hopen?

Ja zeker, maar het verhaal blijft op de site, de classificatie sold is daar geen visuele belemmering. Daarom is het ook goed en leuk dat alle Panoramics op de site komen en blijven.

(Dat begon bij 500 een probleem te worden vandaar dat er tegenwoordig een selectie op de site staat... met titels


A-kerk, prachtige ruimte, royaal licht.

Nog geŽxposeerd?

Ja zeker een paar keer. In het voorjaar in Noordwijkerhout, in de zomer in Groningen en in het najaar in Amsterdam.

Groningen en Amsterdam waren het gevolg van een SBK-aankoop van begin 2005. Een aantal Panoramics wordt nu door de stichting de grote wereld in gestuurd.

(Na dit gesprek kwamen er nog exposities in Den Helder, Amsterdam, Goorredijk (2x) en in Auckland (Nieuw Zeeland).

Een stuk of twaalf hingen in Groningen in een schitterende omgeving, de der Aa- Kerk, met werk van veel mede exposanten, en toen ik daar binnen kwam en dat voor het eerst zag, dacht ik: ‘Zo, niet slecht.’ Zeer versterkend voor het ego. Nog versterkender was het bericht dat de tienduizendste bezoeker(s) er eentje van al die aanwezige schilders mocht uitzoeken, en volgens het bericht “ …kozen zonder aarzelen een werk van Ernst Nagel uit de nieuwe uitleenschatten…”

Zo kan die wel weer

Nou ja, het gebeurt zo maar. Je staat blijkbaar niet helemaal voor niks te kliederen en om met Armando te spreken het is helemaal nergens voor nodig, maar als je zoiets leest dan zou dat ook wel es anders kunnen zijn.


Ernst Nagel in de A-kerk.
De schilder leg het nog een keer uit.










Trouwste fan maakt reis naar Martinistad.

Liesbeth Nagel - Houtman in Groningen.













... en een paar jaar later naar Gorredijk.

Liesbeth in Friesland








Voor Nr. 701 - Es Pujols '78 op de expositie in Gorredijk, Galerie Hoogenbosch,

november 2013.
Ernst Nagel uit Groningen in Friesland.
Je ziet het: de nummers kregen namen.















Hier sta ik woest kijkend voor een schilderij:

1962 ik ben 18 en dit werkje werd in Leiden
in de Boerhave zalen (nu het Boerhave museum)
geŽxposeerd: Ernst Nagel uit Groningen in Leiden.

















1964 voor iconisch Hussem-schilderij (rechts nog net een mooie Werkman te zien) met moeder en zusje in huiskamer te Leiden.

(vlnr Marleen Nagel, Hans Nagel, Ernst Nagel.. Froukje Nagel en Willem Nagel zijn naar het strand.


Ieder jaar maak ik van spullen die aanspoelen op
het strand in Formentera een knutselwerkje.
Plastic landschap Nr. 2
Het jaar daarvoor was het Plastic landschap Nr. 1
   
   
En vorig jaar. Plastic landschap Nr. 3... en geheel buiten de serie ook van op het strand in Formentera
gevonden spullen de collage Met lijn 2 naar het Museum.
   
 










In Cassis: Nr. 979 - Calenque de Port Pin '63 met
Theo Laken, Ernst Nagel en Pieter van Delft,
academie leerlingen.
   












Op Formentera:
Nr. 961 Punta d' en Pep '79
met Willem Nagel, Lara Laken en Theo Laken. 
 
   
 



























In Amsterdam: Ernst Nagel aan het werk
aan
Nr. 934 - Het strand en de zee '56
 


















Van Gorredijk naar Auckland, 5 door Lijstenmakerij
Goris te Gytsjerk prachtig ingelijste schilderijen, tw:
Nr. 491 – Ter Aar ‘83
Nr. 608 – Katwijk – Noordwijk ‘53
Nr. 761 – Es Pas ‘88
Nr. 694 – Punta des Bancs ‘74
Nr. 801 – Haarlemmermeer ‘67
   













Nr. 384 – Riou ’02
, aan de muur in huiskamer
bij fan naast Jan Cremer!
 
   
 















Kristien en Hans Sleutelaar voor Nr. 370 –
Het korenveld ’05 en hun huis in Grouttes, Frankrijk.
   
 













Nr. 1000 – Casa blanca de Maria ’15
in Casa blanca
de Maria
   










Schilderijen op de bovenverdieping in
Amsterdam, vrnl: Nagel; van den Berg;
Werkman; Lucebert; Benner;
Muhlstaff en Appel.
 

copyright 2016 Ernst Nagel